Werkgever die zorgplicht schendt moet schadevergoeding betalen

Foto: RechtNet Advocaten

Het Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch bepaalde onlangs dat een medewerkster van een wooncentrum voor ouderen, die door een te hoge werkbelasting is uitgevallen, recht heeft op een schadevergoeding wegens inkomensverlies. Hoewel in dit geval geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is aangetoond, is er volgens de rechter wel sprake van schending van de zorgplicht.

Wat speelt in er in deze zaak? Een medewerker is werkzaam als verzorgende in de nachtdienst in een wooncentrum voor ouderen. Dat doet zij samen met een zorghulp. Maar in de loop van 2016 worden de te verlenen zorgcontracten geautomatiseerd en wordt het transformatiemodel ouderenzorg (TMO) op deze locatie ingevoerd. Dit leidt ertoe dat de medewerkster ‘s nachts voortaan alleen moet werken. Zij maakt zich hierover zorgen en zendt daarom een e-mail naar haar leidinggevende met een aantal vragen en suggesties over het verlenen van zorg tijdens de nachtdienst vanaf het moment dat zij er alleen voor staat.

Omstandigheden te zwaar
Het TMO blijkt vanaf het begin niet goed te werken en de medewerkster kaart meerdere keren aan dat de nachtdienst onder die omstandigheden te zwaar voor haar is. Na een half jaar krijgt de medewerkster enkele uren per nachtdienst ondersteuning van een zogenaamde zwerfwacht. In mei 2017 geeft ze aan dat het TMO nog steeds niet goed werkt en dat zij het zwaar heeft met de gestegen werkdruk. Een jaar later gaat zij minder uren werken, maar uiteindelijk valt ze toch structureel uit. De werkgever besluit vervolgens met het TMO te stoppen. Vanaf september 2019 wordt de nachtdienst weer structureel ingevuld door twee personen.

Verwijtbaar handelen
De arbeidsovereenkomst met de medewerkster wordt na twee jaar arbeidsongeschiktheid opgezegd en zij krijgt een transitievergoeding. Via de kantonrechter probeert de medewerkster vervolgens een billijke vergoeding en een immateriële vergoeding af te dwingen wegens ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van de werkgever. In eerste instantie wijst de kantonrechter deze vorderingen af, waarna de werkneemster in hoger beroep gaat. Daarin voert zij ook schending van de zorgplicht van haar werkgever als argument aan.

Zorgplicht niet nagekomen
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wijst het verzoek voor een billijke vergoeding af. Hiervoor moet sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarvan is in deze zaak volgens het hof geen sprake. Maar de werkgever heeft wel steken laten vallen bij de invoering van het TMO en te eenvoudig aangenomen dat de werkneemster voortaan als enige verzorgende de nachtdiensten kon draaien. Het Hof kent de werkneemster een schadevergoeding toe omdat de werkgever niet voldoende zorg heeft gedragen voor een voldoende veilige werkomgeving en daarmee niet zijn zorgplicht (op grond van art. 7:658 BW) is nagekomen. De werkgever is in zo’n geval aansprakelijk voor de fysieke en/of psychische schade die de medewerkster hierdoor ondervindt. Het Hof oordeelt dat de werkgever de klachten van werkneemster niet voldoende serieus heeft genomen en daar niet adequaat op heeft gereageerd, waardoor hij de zorgplicht heeft geschonden.

Inkomensverlies
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding gaat het Hof uit van een periode van inkomensverlies van drie jaar. De vrouw krijgt hiervoor een schadevergoeding van ruim 28.000 euro. Achteraf is het dus een goede zet geweest om in beroep te gaan tegen de uitspraak van de kantonrechter bij het Gerechtshof en de juridische grondslag uit te breiden.

Meer weten over dit onderwerp?
Neem dan contact op met RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.

Reacties

Cookieinstellingen