Tilburg zet weer stappen voor een groenere stad

Foto: Jeroen Stuve

In Tilburg wordt hard gewerkt om de stad steeds groener te maken. Naast de investering in een groene binnenstad, worden ook de tangenten (de Burgemeester Letschertweg en de Burgemeester Bechtweg) groener gemaakt. Dat heeft het college besloten.

Er komen extra bomen, struiken en houtwallen. Dat is niet alleen beter voor de natuur, de tangenten zien er hierdoor ook fraaier uit.

Groenere stad

Een groene stad is prettiger om in te wonen, het zorgt voor meer verschillende dieren en het helpt bij het veranderende klimaat. Doordat we steeds vaker te maken hebben met hitte, hevige regenbuien en droge periodes, is het belangrijk om te zorgen voor meer groen. Groen zorgt ervoor dat het minder heet is en dat we regenwater beter kunnen opvangen en vasthouden. Daarom zorgt de gemeente daar waar mogelijk voor minder steen en meer groen. Dat gebeurt nu dus aan de Burgemeester Letschert en -Bechtweg, maar ook  in de binnenstad en in de wijken ga je dit zien. Tilburg trekt ruim 1 miljoen euro uit om de komende jaren 45 straten in de binnenstad klimaatbestendiger, groener en leefbaarder te maken. Het begin is gemaakt door het planten van bomen op het Stadhuisplein en het verwijderen van tegels en deze te vervangen door groen.

Natuurvriendelijk bouwen

De gemeente is niet alleen aan zet om te vergroenen. Ook partners en inwoners helpen mee. Om er voor te zorgen dat bij toekomstige stedelijke ontwikkelingen in de stad rekening wordt gehouden met de natuur, heeft de gemeenteraad kort geleden de stadsnatuurkaart vastgesteld. Op de kaart is de zogeheten groenstructuur van Tilburg aangegeven. Doorlopende groenstructuren zijn belangrijk voor dieren, om zich te verplaatsen en om te leven. Om te zorgen dat de stad een aantrekkelijk leefgebied voor bepaalde dieren blijft, is soms meer en soms minder ruimte nodig. Met de stadsnatuurkaart geeft de gemeente duidelijke richtlijnen aan ontwikkelaars waar ze wel of niet mogen bouwen. Door in alle plannen op tijd rekening te houden met ruimte voor natuur, zorgen we ervoor dat natuurlijke leefgebieden met elkaar verbonden blijven. En dat met deze groene gebieden onze stad ook gezond en leefbaar blijft.

Ook heeft het college recent een puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen vastgesteld. Dit helpt ontwikkelaars en architecten en garandeert dat er natuur- en groeninclusief gebouwd wordt. Tegenwoordig is bij het (ver)bouwen van huizen bijna geen aandacht meer voor diersoorten die afhankelijk zijn van onze bebouwing zoals gierzwaluwen, vleermuizen en huismussen. Hun verblijfplaatsen verdwijnen en ers is minder voedsel. Natuur- en groeninclusief bouwen helpt om de stedelijke ontwikkeling en de natuur met elkaar te verbinden en te zorgen dat er meer plekken voor dieren komen.

Ecologisch beheer

Mooie en gezonde natuur vraagt ook om goed beheer en onderhoud. Op sommige plekken kan de natuur zijn gang gaan, op andere plekken helpt de gemeente een handje. Zo worden bermen op een speciale manier beheerd, waardoor de natuur zich kan ontwikkelen zonder dat de verkeersveiligheid in het geding komt. Dat heet ecologisch beheer. Kruiden en bloemen krijgen de kans te groeien, wat weer voeding geeft aan insecten, vogels en vlinders. Dode boomstronken blijven daar waar mogelijk liggen, de gemeente plaatst insectenhotels en maakt zandplekken voor graafbijen. Er komen bloemen en planten die voedsel bieden aan de wilde bij. Op verschillende plekken in de stad zijn bloemmengsels gezaaid en bloembollen geplant. Ecologisch beheer is belangrijk: veel diersoorten zoals insecten, vogels en kleine zoogdieren zijn afhankelijk van de natuur in de stad.

Samen zorgen voor een groenere stad

Zo’n 40% van onze stad is van inwoners. Dat zijn voor- en achtertuinen, die voor een groot deel zijn versteend. Ook deze tuinen kunnen bijdragen aan een groene, gezonde stad. Meer groen kan al heel eenvoudig: door een paar tegels uit de tuin te halen en daar planten voor in de plaats te zetten.

Reacties

Cookieinstellingen